Voorafgaand aan het verhaal van Julie:
De verhouding artsen – patiënten die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gesteld staat op 1 : 1000. In Kenia is deze verhouding momenteel 1: 17.000.

Dit verhaal gaat over Julie Kerubo, een vierdejaars student aan de Jomo Kenyatta Universiteit en bezig met haar bachelor voor Verpleegkunde. Ze verteld over haar leven en hoe haar jeugddroom om verpleegkundige te worden bijna realiteit is geworden:
“Ik ben de oudste uit een gezin met twee kinderen. Ik heb de kans gehad om zowel in Nairobi te wonen als in Kisii. Het leven in de stad en leven op het platteland verschillen erg van elkaar en kunnen niet worden vergeleken (niet qua scholing, niet qua gezondheidszorg). Toen ik ongeveer twaalf jaar oud was werd mijn moeder ziek en werd ik naar het platteland gestuurd. Ik woonde twee jaar in Kisii waar mijn geliefde tante Ruth voor mij zorgde. Hier werd ik ingeschreven op de lokale school Rangeti Primary School om hier mijn certificaat voor het basisonderwijs te halen. Mijn cijfers waren erg goed, 374 punten (uit 500). Voor iemand van een lokale school was dit een grote prestatie.

Mijn tante Ruth, die voor mijn schoolgeld betaalde, ging door moeilijke tijden en het lukte haar niet om zowel het schoolgeld voor mij als voor haar eigen kinderen te betalen. Daarom was ik erg wisselend op school. Toen ik begon aan mijn derde jaar op de middelbare school, stuurde mijn tante Ruth mij terug naar mijn moeder. Mijn moeder was weer beter en kon weer wat kleine banen doen om haarzelf en mijn jongere zusje te onderhouden. Ik begon te bidden om een wonder dat voor mij de deur zou openen om door te kunnen gaan met mijn opleiding. Een oom bood daarop aan om de helft van mijn schoolgeld te betalen als mijn ouders de andere helft ervan zouden betalen. Dit was een grote opluchting voor mij. Ze schreven mij in op een school in Nairobi waar ik in het derde jaar kon instromen.

Eindelijk vielen er zaken op hun plek! Op mijn nieuwe school kwamen docenten daadwerkelijk in de les en onderwezen echt onderwijs; de school had goed onderhouden laboratoria en een goede gevulde bibliotheek (net als die van EBOO). Mijn geluk was van korte duur toen, drie maanden later, mijn oom ziek werd en uiteindelijk overleed. Wat een frustrerend moment voor mijn moeder en mij! Op de begrafenis van mijn oom in Kisii, vertelde een neef van mijn moeder uit Kibera over Mama Mzungu (wat ‘blanke vrouw’ betekend). We gingen terug naar Nairobi, meldden ons aan en Stichting EBOO in Kenia liet mijn zus en mij toe in het programma. Zo kreeg ik opnieuw een kans om mijn opleiding te vervolgen. Ik heb meerdere redenen om voor dit werk te kiezen:

  • Ik heb meegemaakt dat meerdere mensen uit het dorp overleden aan simpele ziekten door verkeerd handelen door het medisch personeel;
  • Ik had mijn eigen moeder verkeerd behandeld zien worden toen zij ziek was;
  • Ik heb mijn oom zien overlijden door een ziekte die behandeld had kunnen worden;
  • Ik heb ervaren hoe mijn oma voor vele jaren moest lijden aan een neurologische aandoening zonder dat zij werd geholpen.

Na het behalen van het diploma voor het middelbaar onderwijs door te slagen met een ‘B’ voor het nationaal examen, ging Julie studeren aan de Jomo Kenyatta Universiteit. “Dit is mogelijk gemaakt door de hulp van Stichting EBOO in Kenia. Ik zou zo graag doorgaan met leren om ook nog de mastergraad te halen en zo kinderarts worden en een part-time instructeur worden voor verpleegkunde!”IMG-20160816-WA0028

Julie ging in 2013 naar de universiteit. Het leven was niet zo gemakkelijk als dat het van de buitenkant had geleken: “Ik werk heel hard. Als ik zak voor mijn examens moet ik een heel jaar opnieuw doen. Op de middelbare school werden gemiddelde cijfers nog geaccepteerd, maar op de universiteit zijn gemiddelde cijfers gelijk aan hele slechte scores”. Julie verteld dat ze niet veel vrije tijd heeft, omdat ze extra hard moet werken om haar cijfers hoog te houden.

In een van de brieven waarin ze aan stichting EBOO in Kenia steun vroeg schreef Jullie ooit dat ze altijd had gehoopt arts te worden. “Ik bid vaak tot God dat ik op een dag een arts zal zijn die weer een lach op iemands gezicht kan laten verschijnen. Het beste van een ziekenhuis is wanneer een patiënt geneest en terugkomt om je te bedanken voor de goede verzorging. Als ik een kans had, zou ik graag in een kinderziekenhuis willen werken. Dit is mijn wens. In mijn hart ben ik het aan mijn zieke oma verplicht om haar gratis te kunnen behandelen net als al die andere mensen die zelf niet voor goede medische zorg kunnen betalen.”
Het motto van Julie: “Niets is onmogelijk, geef nooit op en blijf bij de strijd juist wanneer deze het meest heftig is.”

“Tegen EBOO wil ik zeggen: “Ik wil u danken voor de plek in het leven waar ik nu sta. Ik ben dankbaar voor de kans die ik heb gekregen om mijn droom na te streven. Ik hoop dat het team van Stichting EBOO in Kenia de ‘vruchten’ van hun harde werk zullen zien wanneer ik slaag voor mijn studie. Samen kunnen we het! Ja we kunnen het!”